Propaan (R290) of R32 als koudemiddel: wat betekent het voor je warmtepomp?
Voor jouw comfort maakt het koudemiddel weinig uit; voor plaatsing, regelgeving en subsidie wél. R290 (propaan) heeft een zeer lage GWP maar is brandbaar, waardoor er eisen gelden aan opstelling en afstand. R32 heeft een hogere GWP. Vanaf 2026 vervalt de ISDE voor split lucht-water warmtepompen met een vulgewicht onder 3 kilogram én een GWP boven 750 — check je toestel dus vooraf bij RVO.
Wat doet een koudemiddel eigenlijk in je warmtepomp?
Een warmtepomp werkt op elektriciteit en haalt warmte uit de lucht of de bodem. Dat gaat niet vanzelf: in het toestel zit een koudemiddel dat afwisselend verdampt en weer condenseert. Door die kringloop kan het toestel warmte van buiten (waar het koud is) naar binnen brengen, en die warmte een bruikbare temperatuur geven voor je radiatoren, vloerverwarming of douchewater. Juist doordat de warmtepomp bestaande warmte verplaatst in plaats van brandstof verbrandt, is hij energiezuinig en kun je met minder gas toe of zelfs helemaal van het aardgas af.
R290 is de technische naam voor propaan. R32 is een synthetisch koudemiddel dat je in veel lucht-water- en split-toestellen tegenkomt. Het belangrijkste onderscheid tussen beide zit in twee dingen: hoe zwaar het middel meetelt als broeikasgas (de Global Warming Potential, kortweg GWP) en hoe het zich gedraagt bij een lekkage. Dat verschil bepaalt niet je energierekening, maar wel waar het toestel mag staan en welke regels erbij horen. Overweeg je nog welk type überhaupt past bij jouw woning, begin dan liever bij de keuzehulp warmtepomp en pas daarna bij het koudemiddel.
GWP, Europese regels en de ISDE in 2026
De GWP-waarde geeft aan hoeveel een kilo van het middel bijdraagt aan klimaatverandering als het vrijkomt. Europese regels sturen de markt daarom richting koudemiddelen met een lage GWP, en dat werkt door in de Nederlandse subsidie. RVO meldt concreet: vanaf 2026 krijg je geen subsidie meer voor split lucht-water warmtepompen met een vulgewicht onder de 3 kilogram en een GWP hoger dan 750. Die wijziging komt voort uit Europese afspraken om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.
Praktisch betekent dit dat het loont om vóór aanschaf te controleren hoe jouw beoogde toestel ervoor staat. RVO houdt een meldcodelijst bij met warmtepompen die eerder zijn goedgekeurd; staat een toestel daarop, dan kun je bij die meldcode ook een indicatie van het subsidiebedrag zien. Staat je toestel er niet op, dan kun je toch aanvragen, maar stuur je zelf de productbeschrijving en technische documentatie mee — met het risico dat de aanvraag alsnog wordt afgewezen als het toestel niet aan de eisen voldoet. Hoeveel subsidie je krijgt verschilt per type toestel; de actuele bedragen per meldcode vind je bij RVO. Behandel de installatie-eisen en de meldcodelijst als aandachtspunten die je vooraf bij RVO verifieert, niet als iets wat je van je installateur op zijn woord aanneemt.
Andere ISDE-punten die los van het koudemiddel gelden: de warmtepomp moet nieuw zijn (tweedehands telt niet mee), je gebruikt hem voor ruimteverwarming of tapwaterverwarming, je laat hem eerst installeren en vraagt daarna aan — binnen 24 maanden na installatie — en de woning heeft een bouwjaar van vóór 1 januari 2019, of je toont aan dat de omgevingsvergunning vóór 1 juli 2018 is aangevraagd.
Wat het betekent voor plaatsing en installateur
Propaan is brandbaar. Daarom kiezen fabrikanten bij R290 vaak voor een monoblock-opstelling: het complete koudemiddelcircuit zit dan in één apparaat buiten, en naar binnen loopt alleen water. Bij een split-systeem zit het circuit verdeeld over een binnen- en buitenunit, met koudemiddelleidingen door de gevel. Milieu Centraal noemt dit onderscheid — buitenunit, bodembron of monoblock — expliciet als onderdeel van de typekeuze. Denk dus vooraf na over de vraag of je ruimte hebt voor een binnen- én buitenunit, en waar de buitenunit dan komt te staan. Dat raakt ook aan geluid, want de plek van de buitenunit bepaalt hoeveel je en je buren ervan merken.
Kies bij aanschaf altijd een vakbekwame installateur met de juiste certificaten. Een goede installatie is bepalend om je warmtepomp echt energiezuinig te laten werken, en voor de subsidie moet je bovendien kunnen aantonen dat het toestel door een installatiebedrijf is geïnstalleerd — de installatie zelf doen mag niet. Milieu Centraal adviseert het complete systeem (bron, warmtepomp, afgifte, regeling en ventilatie) door één bedrijf te laten ontwerpen én plaatsen, zodat alles op elkaar aansluit. Een vakbekwaam bedrijf vind je via Verbeterjehuis, het energieloket van je gemeente of het centraal register techniek. Zoek je iemand in de buurt, dan helpt ons overzicht per stad je op weg.
Wat vraag je je installateur — en waar let je verder op?
Vraag concreet: welk koudemiddel zit erin, wat is het vulgewicht, en is het een monoblock of een split? Vraag daarnaast of het toestel op de meldcodelijst staat en welke meldcode erbij hoort, zodat je zelf bij RVO kunt nakijken hoe het toestel ervoor staat. Vraag ook hoe de opstelling van de buitenunit is bedacht in verband met veiligheidsafstanden en geluid.
Belangrijker dan de keuze tussen R290 en R32 is trouwens of je huis klaar is voor volledig elektrisch. Een volledig elektrische warmtepomp verzorgt verwarming én warm water en past bij een redelijk tot goed geïsoleerd huis; een hybride werkt samen met je cv-ketel en kan al in een huis met weinig isolatie. Loop daarom vooraf ook de andere punten na: isolatie, ruimte voor de units, een eventuele vergunning, of je een zwaardere aansluiting en groepenkast nodig hebt, en of je gemeente een warmteplan heeft voor jouw wijk. Twijfel je nog over het type, dan helpt de vergelijking hybride of all electric.